1. Voor je aan het roken begint.

Een longfiller roken hoeft niet moeilijk te zijn, maar het is wel een kunst om dit zo goed mogelijk te doen. Longfillers zijn ‘vochtige’ sigaren, wat dus inhoud dat je met de vochtigheid rekening moet houden wanneer je een longfiller gaat roken.

partagas-d-nr-4-02

Een te vochtige longfiller zal een slechte verbranding hebben en steeds uitgaan tijdens het roken. Een gouden tip is om de sigaar voor het roken eerst een uur uit je humidor te leggen zodat hij rustig minder vochtig kan worden. Leg hem niet op een warme plaats om tijd te winnen. Een sigaar zal te snel droger worden met barsten en scheuren in het dekblad als gevolg!

2. Maak je keuze.

Je hebt sigaren in alle formaten. Voor je gaat roken denk je best even na of je voldoende tijd hebt om de sigaar die gekozen hebt op te roken. Een double corona neemt ongeveer 2 uur in beslag. Het zou niet alleen heel jammer zijn maar het zou bovendien ook getuigen van weinig respect voor het edele product wanneer je na een uurtje je sigaar laat uidoven terwijl deze nog niet volledig is opgerookt. Denk dus goed na wanneer je een sigaar uitkiest.

hupmann-48-marlies-01

3. Knippen of boren?

Een longfiller is steeds aan het mondstuk gesloten door een hoedje. Je kan het hoedje afknippen of doorboren. Beide manieren hebben voor- en tegenstanders. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar het knippen omdat ik liever een grote openig heb.

nicarau-anno-vi-03

Bij het boren heb je wel een zeer fijn mondgevoel, de sigaar blijft bij het mondeinde mooi afgrond. Ik zou aanraden om beide manieren eens te proberen en proefondervindelijk je keuze te maken. Sigaren zoals piramdes of tropedo’s kan je uiteraard niet boren. Daar is het mondeinde te klein voor.

d-nr-4-met-boor

 4. Het aanmaken van de sigaar.

Een longfiller aanmaken kan je op verschillende manieren. Onthoud wel dat je zeker geen kaars of petroliumaansteker (zippo) gerbuikt. Deze beïnvloeden de smaak van de sigaar en kunnen er zelfs voor zorgen dat je sigaar naar de kaars of erger nog, naar petrolieum smaakt.

cohiba-bhk-54-knp-04

De dag van vandaag word er meer en meer gebruik gemaakt van jetflame- of torchaanstekers. Deze zijn zeer handig in gebruik en zijn bovendien makkelijk zelf bij te vullen. Ook het bijbranden gaat aardig bij deze aanstekers. Je dient wel voorzichtig te zijn. Deze aanstekers dien je goed af te stellen zodat je het dekblad niet beschadigd.

cohiba-bhk-54-knp-05

Traditionele aanstekers met een enkele vlam worden ook nog steeds gebruikt. Bij deze aanstekers is wel wat oefening nodig om je vuureinde volledig aan te maken. Je mag met je vlam de sigaar niet aanraken om beschadiging aan het dekblad te vermijden.

5. Het roken.

Roken is genieten. Neem je tijd en laat je vooral niet storen door je omgeving. Wanneer je pas sigaren rookt, moet je opzoek gaan naar het juiste ritme. Je mag niet te vlug roken, dan wordt de sigaar heet en bitter. Maar je mag ook niet te traag roken, dan zal de sigaar vaak uitgaan. Zowel te snel alsook te traag roken hebben dus een negatieve invloed op de smaak van de sigaar.

la-aurora-corona-glenn-03

Het gebeurt vaak dat het dekblad niet gelijkmatig verbrand. Je krijgt kraters of de sigaar trek naar binnen. Wanneer een sigaar naar binnen trekt wil dat zeggen dat het binnengoed wel brand, maar het dekblad niet. Uiteindelijk gaat je sigaar uit omdat er geen zuurstof meer aan kan. Je merkt het op wanneer je askegel na enige tijd roken onverandert blijft. De rookontwikkeling vermindert ook sterk. De enige oplossing is het wegbranden van het dekblad. Brand ook niet teveel weg, maar zoek voorzichtig waar het binnengoed zich bevindt.

san-cristobal-mercaderes-07

Wat je ook moet leren is het zoeken naar de juiste trekkracht. Wanneer je te hard trekt, krijgt je dekblad lelijke kraters en wordt je sigaar heet en bitter. Daar is niemand liefhebber van. Trek rustig aan je sigaar. Ik trek meestal tot ik het dekblad zie gloeien aan de randen. Zo ben ik zeker dat het dekblad mee verbrand en dat mijn sigaar niet naar binnen trekt.

6.Een sigaar laat je rustig uitdoven.

Na het roken laat je de sigaar rustig uitdoven in de asbak. Druk nooit een sigaar uit! Wanneer je een sigaar hebt van goede kwaliteit en je hebt een goed rookritme dan krijg je een asbak zoals te zien is in de foto hieronder. De mooie stevige askegels zijn het bewijs van een goede verbranding in combinatie met een goed rookritme. Alvorens je de askegel van je sigaar wil tikken, moet je even aan de sigaar trekken. Op die manier kan je zeer makkelijk de askegel van je sigaar tikken.

cohiba-bhk-54-knp-12

Het kan ook anders. De laatste tijd hebben steeds meer Cubaanse sigaren last van een slechte verbranding. De askegels vallen ten pas en ten onpas van je sigaar. Zeer vervelend, maar indien de smaak goed is komt natuurlijk de verbranding op de tweede plaats. Op de foto hieronder ziet u hoe een asbak eruit ziet na het roken van een sigaar met een slechte verbranding.

ryj-churchill-glenn-07

7. Neem steeds een tweede sigaar mee.

Het zal je maar gebeuren. Je gaat een sigaar roken en net die sigaar die je bij hebt is van zo een slechte kwaliteit dat hij niet te roken is. Dit kan ook bij bekende merken gebeuren, en heeft doorgaans te maken met een slechte trek. Sigaren met een slechte trek zijn zeer moeilijk te roken en bezorgen je bovendien keelpijn. Een sigaar die slecht trek rook je dus best niet. Hou de sigaar bij en breng ze terug naar de winkel. De winkelier zal je zonder probleem een nieuwe sigaar geven.

Het slecht trekken van een sigaar kan 2 oorzaken hebben. Of de sigaar is te droog bewaard, waardoor de rookkanalen dichtgetrokken zijn of de sigaar is te strak gerold door de torcedor. Door de grote vraag naar handgerolde sigaren worden lang niet alle sigaren gecontroleerd op hun trek.